29
Toen ik die avond thuiskwam, zat Alex op me te wachten.
‘Je moet iets voor me doen,’ zei ze.
Ik was zo verbaasd om haar op en alert te zien dat ik alleen maar knikte. ‘Natuurlijk,’ zei ik. ‘Wat je maar wilt.’
‘Ik ben mijn rijbewijs kwijt,’ zei ze. ‘Het is waarschijnlijk gebeurd op die avond dat ik mijn creditcard uit mijn portemonnee haalde voor de MRI. Sindsdien heb ik hem niet meer gezien. Ik werd gisteravond aangehouden, papa’s linker koplamp was kapot. De smeris heeft me laten gaan, maar als ze me weer pakken heb ik een probleem. Dus kun je me naar de Motor Vehicle Administration brengen?’
‘Nu?’ vroeg ik.
Ze aarzelde. ‘Als ik ’s avonds niet meer het huis uit kan, sta ik niet voor mezelf in,’ zei ze. Haar toon was zacht, maar er klonk wanhoop in door.
‘Kom op, dan,’ zei ik.
‘Ze gaan over een uur dicht,’ zei ze. ‘Ik dacht als we er vlak voor sluitingstijd zouden zijn…’ Haar stem stierf weg, maar ik wist wat ze dacht. Als we er vlak voor sluitingstijd waren, zouden er niet zoveel mensen zijn.
‘Prima,’ zei ik. Misschien was het een zegen dat ze is aangehouden, dacht ik terwijl ik de sleutels weer uit mijn tas pakte. Misschien zou het haar dwingen om weer deel te gaan nemen aan de wereld, stapje voor stapje. Vandaag zouden we naar de MVA gaan en misschien zou Alex me haar later deze week ergens op een kopje koffie laten trakteren. Misschien zou dit haar eindelijk het duwtje geven dat ze zo ontzettend nodig had.
TREK EEN NUMMER, instrueerde het grote bord boven de balie van de MVA me beleefd. Ik trok een nummer uit de automaat en ging weer bij Alex in het rijtje harde oranje stoelen in de wachtruimte zitten.
‘Het duurt niet lang,’ zei ik. ‘Ze zijn bij eenentachtig en wij hebben zesentachtig.’
‘Drie uur dus,’ zei Alex. Ze zuchtte. ‘Niet te geloven dat ik de komende tien jaar zo op de foto op mijn rijbewijs moet staan.’ Ze vulde het klembord vol papierwerk verder in en legde hem op de lege stoel naast haar. Alex had toch niet haar pruik op, ook al had ze die eerst in de auto wel op gehad. Ze werd gek van de jeuk, vooral rond de wond, dus had ze een hoed met een brede rand opgezet die ze ver over haar hoofd had getrokken om het gebrek aan haar te maskeren. Ik herkende de hoed: Alex had hem op de cover van The Washingtonian toen ze de blauwe bikini droeg in haar hand gehad. Nu vroeg ik me af of de artdirector Alex had gevraagd de hoed af te doen tijdens de shoot zodat haar schitterende haar goed te zien was.
‘Misschien kun je er later een nieuwe foto op laten zetten,’ zei ik. Ik wist dat ik niet hoefde te proberen Alex voor de gek te houden en te zeggen dat ze er nog steeds mooi uitzag.
Voor het eerst sinds ik me kon herinneren staarde er niemand naar mijn zus. Ik had me niet gerealiseerd hoezeer ik eraan gewend was geraakt. De steelse blikken van mannen, het schaamteloze gestaar en gefluister van mensen die haar herkenden, de constante clichéversierpogingen van gozers zoals die ene die in een kroeg op Alex afstapte met een zelfingenomen grijns en zei: ‘Ik heb last van geheugenverlies. Kom ik hier vaker?’
Wat me verbaasde was hoe droevig ik ervan werd. Als Alex het merkte – en dat moest wel – zei ze niets.
Toen Alex aan de beurt was liep ik met haar mee naar de fotobalie. De vrouw achter het toestel zag er zo verveeld uit dat ze praktisch in trance leek. Ik kon het haar niet kwalijk nemen. Haar hele baan bestond uit zeggen tegen mensen dat ze naar een rood lampje moesten kijken en dan op een knopje drukken.
‘Ga op de blauwe streep staan,’ instrueerde de vrouw met monotone stem.
Alex begon haar te gehoorzamen, maar stopte toen. ‘Mag ik heel even?’
Ze pakte een poederdoosje uit haar tas, keek erin en deed wat glanzend roze lipgloss op. Een jaar geleden zou ik met mijn ogen hebben gerold om haar ijdelheid, maar nu kon ik wel huilen. Dat kleine sprankje, dat beetje trots, was een glimp van de oude Alex. Het leek alsof ze langzaam weer bovenkwam, dwars door de littekens, steroïden en zwellingen.
‘Oké, ik ben er klaar voor,’ zei Alex tegen de vrouw.
‘De hoed moet af,’ zei de vrouw.
‘Sorry?’ vroeg Alex.
‘Doe die hoed af,’ zei de vrouw. Ze keek niet eens naar Alex, ze friemelde aan iets aan het apparaat.
‘Maar die moet ik op,’ zei Alex. Ze greep hem met beide handen vast alsof ze bang was dat de vrouw over de balie heen zou springen en hem van haar hoofd zou rukken.
‘Geen hoeden op de foto,’ zei de vrouw, die klonk alsof ze MVA-voorschrift dertien, sectie B, regel vier opratelde, de regel vlak boven regel vijf die verordonneerde dat flatteuze foto’s niet waren toegestaan.
‘Mijn hoed moet op blijven!’ zei Alex met paniek in haar stem.
Wat ik had moeten doen – wat ik pas veel later bedacht – was rustig op de vrouw afstappen en uitleggen waarom Alex een hoed droeg. Ik had een manier moeten bedenken om het voor Alex te regelen. Maar in plaats daarvan bleef ik er machteloos bij staan kijken.
‘Geen hoed, of geen foto,’ zei de vrouw. ‘Jouw keuze.’
Alex staarde haar aan en de schrik in haar gezicht veranderde in woede.
‘We kunnen een andere keer terugkomen,’ zei ik en ik liep naar Alex toe. ‘Of laat me met je manager praten.’ Ik keek kwaad naar de fotovrouw. ‘Hoe heet je baas?’
‘Nee,’ zei Alex. Ze sloot haar ogen en leek zichzelf te herpakken.
‘Alex, we gaan gewoon naar huis,’ zei ik zacht. ‘Kom maar.’
Maar het leek alsof Alex me niet eens hoorde. ‘Nee,’ fluisterde ze weer, bijna tegen zichzelf. Ze aarzelde even, toen ging haar arm omhoog en trok ze de hoed af.
Het leek alsof de MVA plotseling in een theater veranderde en het gordijn openging en Alex onthulde die midden op het toneel in haar eentje onder een spotlight stond. Er viel een stilte over de ruimte. Iedereen in de rijen harde oranje stoelen – de Latijns-Amerikaanse vrouw van middelbare leeftijd die een klein meisje liet paardjerijden op haar knie, de jongen in camouflagebroek, het giechelende groepje jonge meisjes die hun leerling-rijbewijs kwamen ophalen – ze verstarden allemaal tegelijk terwijl ze naar Alex staarden.
Alex stond midden in de enorme ruimte en liet iedereen eens goed naar haar kijken. Een dun laagje roodachtig gouden pluis bedekte haar schedel, maar het gebied rond haar wond was nog kaal. Haar akelig uitziende litteken glansde in het felle tl-licht.
De vrouw achter de camera gaapte haar aan. ‘Je mag de hoed wel weer opzetten,’ zei ze uiteindelijk op gedempte toon.
Alex’ stem stokte in haar keel toen ze zei: ‘Maak die foto nou maar.’
Toen draaide ze zich naar de camera, waar een geel smileystickertje op zat waarop stond dat ze ‘Cheese!’ moest zeggen. Terwijl iedereen naar haar staarde, stak Alex haar kin naar voren en, zoals ze al zoveel jaar deed, poseerde voor de klikkende camera.
‘Ik werd toch al minder mooi,’ zei Alex.
Ik keek haar verbaasd aan. Het was het eerste wat ze zei sinds we twintig minuten eerder bij de MVA waren weggereden. Ze zat op de passagiersstoel van de auto recht voor zich uit te staren en had mijn pogingen tot een gesprek afgekapt. Nee, ze wilde niks eten, ook niet van een drive-in. Nee, ik hoefde niet voor haar langs een winkel. Nee, ze had het niet te warm. Of te koud.
Ik wilde haar aan de praat krijgen, om erachter te komen wat er zojuist was gebeurd. Misschien was het haar dieptepunt, het ergste wat ze kon bedenken wat er kon gebeuren. Misschien zou ze, nu ze daar geweest was, langzaam weer opkrabbelen, al was het alleen maar omdat ze geen andere kant op kon. Toen Alex haar hoed had af gedaan en uitdagend naar de MVA-vrouw keek, leek het alsof ze er eindelijk klaar voor was om terug te vechten, om weer mee te doen met de wereld. Maar nadat we haar nieuwe rijbewijs hadden opgehaald en in de auto stapten, terwijl de lange minuten wegtikten en Alex maar uit het raam bleef staren, begon ik bang te worden dat misschien het tegenovergestelde zou gebeuren. Misschien wilde Alex nu wel nooit meer haar kamer uit komen.
Daarom was ik zo verbaasd toen haar stem ineens door de duisternis sneed.
‘Ik werd een paar maanden geleden gebeld voor een modellenklusje,’ zei Alex. Ze trommelde met haar vingers op haar knie. Ze had de hoed weer op hoewel het buiten donker was en niemand de auto in kon kijken en haar kon zien. ‘Mijn agent zei dat ze op zoek waren naar een jonge vrouw en haar moeder. We deden een catalogus voor het Chevy Chase Pavilion. En toen ik in de studio kwam, zag ik een superknappe meid – waarschijnlijk een jaar of dertien, en ik zweer je dat ze één en al been was – in de make-upstoel zitten. Toen drong het ineens tot me door: ík was de moeder.’
Ze schudde haar hoofd. ‘En het ergste was nog dat dat kind haar tanden niet kon laten zien bij het glimlachen omdat ze een beugel droeg. Ze deed de hele dag de Mona Lisa na.’
‘Snotneus,’ zei ik. ‘Net goed als ze de volgende dag een hevige aanval van acne had gekregen.’
Alex glimlachte. Ik had haar tenminste een glimlach weten te ontfutselen. Het voelde als een kleine overwinning.
‘Het aantal klussen zou toch zijn afgenomen,’ zei ze. ‘Het is alleen wat sneller gebeurd.’
‘Alex, kom op,’ zei ik. ‘Je bent pas negenentwintig.’
‘In mijn vak ben je dan stokoud,’ zei ze. ‘Ik krijg alleen nog klusjes omdat dit D.C. is. In New York zou het vijf jaar geleden al over zijn geweest. Weet je wat ik de laatste paar jaar bij shoots doe? Ik smeer aambeiencrème onder mijn ogen voordat ik naar de make-up ga. Dat laat die kleine lijntjes verdwijnen. Volgend jaar zou ik met botox beginnen.’
Ik huiverde toen ik dacht aan alle keren dat ik Alex’ gezichtsbehandelingen en sessies met haar personal trainer had afgeschreven als pure ijdelheid. Ze had net zo hard gewerkt als ik, en dat terwijl ze wist dat haar carrière al voorbij het hoogtepunt was. Misschien had die wetenschap haar alleen maar harder doen werken.
‘Heb je er ooit over nagedacht om iets anders te gaan doen?’ vroeg ik haar.
Alex haalde haar schouders op. ‘Ik vind het werk voor de tv leuk,’ zei ze. ‘Ik heb me altijd afgevraagd of ik het tot iets groters kon uitbouwen, misschien mezelf in New York of L.A. verkopen.’
‘Dat kun je nog steeds doen,’ zei ik. ‘Over een paar maanden…’
‘Ik denk het,’ zei Alex, maar ze klonk niet overtuigd. ‘Weet je hoe hevig de concurrentie voor baantjes bij de tv is? Als je niet jong en bloedmooi bent, kijken producers niet eens naar je. En ik ben geen van beide… Niet meer.’
Ik reed onze oprit op en deed de koplampen uit.
‘Ik wil je iets laten zien,’ zei ik.
‘Tenzij het een bak Ben & Jerry’s is, liever een andere keer,’ zei Alex. ‘Ik ben moe.’
‘Toe nou,’ smeekte ik. ‘Het duurt maar heel even.’
Alex zuchtte, maar ze protesteerde niet verder. Ik deed de voordeur open en we gingen naar binnen. Het was angstaanjagend stil – het duurde even voor ik besefte dat dat kwam door de afwezigheid van schallende televisies – en ik zag dat er een briefje op de spiegel in de hal was geplakt waarop stond: ‘We halen pizza. Zo terug!’
‘Godzijdank hebben ze een briefje achtergelaten,’ zei Alex. ‘Ik stond op het punt COPS aan te zetten om te zien of ze op de vlucht waren.’
De grapjes, die vluchtige glimlach… ik zag stukjes van de oude Alex. Ik had haar humor gemist, realiseerde ik me. Ik had de gesprekken met haar ook gemist. Gek, ik had mijn zus de afgelopen weken meer gezien dan in het afgelopen decennium. Dus waarom miste ik haar nu pas?
‘Kom mee,’ zei ik. Wat ik nu ging doen was een gok, maar iets zei me dat de timing goed was. Ik trok de zoldertrap omlaag en ging naar boven. De twee stapels die ik uitgezocht had waren daar ongestoord blijven liggen.
‘Wat is dit voor troep?’ vroeg Alex, die me achternakwam de trap op. ‘Jezus, dat het plafond niet boven op ons is gestort. Hé, mijn oude Barbie-mobiel. Hoeveel zou ik daarvoor op eBay kunnen krijgen?’
‘Ik wil je iets voorlezen,’ zei ik. Ik rommelde in een van de stapels totdat ik vond wat ik zocht. Ik schraapte mijn keel en begon. ‘ “Deze leerling vertoont een buitengewoon goed ruimtelijk inzicht” – Alex, hou eens op met Ken zijn broek uittrekken en luister – “en ze heeft een opzienbarend vermogen tot logisch denken.” ’
Ik liet het papier zakken en Alex trok een wenkbrauw op. ‘Ja?’
‘Ik zal nog meer voorlezen,’ zei ik. Ik draaide de bladzijde om. ‘ “Deze leerling zit op drie keer de standaardafwijking boven de norm wat algemene intelligentie betreft. Ze valt in de categorie hoogbegaafd.” ’
Alex gaapte.
‘Het gaat over jou,’ zei ik. Ik gooide de IQ-resultaten naar haar en ze ving ze automatisch. Ze keek naar het papier en toen naar mij.
‘Jij bent de slimme zus,’ zei ik.
‘Niet waar,’ zei Alex mismoedig. ‘Je maakt een grapje, toch? Dat ging over jou.’
‘Kijk hier maar eens naar,’ zei ik en ik wees naar de stapel naast me. ‘Geloof me, jij bent de slimme zus. Dat ben je altijd geweest.’
Alex pakte een document van haar stapel – ik herkende het, het was een rapport van groep vier – en begon het te lezen. Na een poosje hield ze het rapport dichter bij haar gezicht.
‘Je hoeft geen model te zijn, tenzij je dat echt graag wilt,’ zei ik. ‘Je kunt aan een hele nieuwe carrière beginnen. Je kunt alles doen wat je maar wilt.’
Alex was stil, maar na een tijdje strekte haar hand zich langzaam naar haar stapel en pakte nog een document.
‘Toch goed dat mama nooit iets weggooit,’ zei ik.
‘Geef me even, oké?’ zei Alex. Ze legde het papier neer en pakte er nog een paar, deze keer een hele hand vol.
‘Neem zoveel tijd als je nodig hebt,’ zei ik. ‘Zal ik je pizza boven brengen?’
‘Goed goed,’ zei ze afwezig.
Een paar uur later keek ik voordat ik naar bed ging nog even op zolder. Alex was daar nog steeds, volkomen in beslag genomen door haar eigen verleden.